"Poetic Adventures": On the Relation between Narrative Structures and Poetic Elements in Two Dutch Long poems/"Poetische Avonturen": Over De Verhouding Tussen Narratieve Structuren En Poetische Aspecten in Twee Lange Gedichten

Article excerpt

Abstract

Studying two totally different poems, this article investigates the possible interaction between narrative structures and lyric aspects in the specific genre of the long poem. The analyses concentrate on the identifiable appearance of narrative elements and on the impact of lyrical and poetical aspects on the narration. The investigation results in some conclusions on verse and story in long poems.

Opsomming

Aan de hand van twee uiteenlopende voorbeelden onderzoekt dit artikel mogelijke verschijningsvormen van narratieve structuren en hun interactie met lyrische elementen in een specifieke tekstsoort: lange gedichten. De tekstanalyses spitsen zich toe op het concrete gebruik van narratieve elementen en de impact van lyrische en poetische elementen op de vertelling. Daama volgen enkele conclusies over "vers en verhaal" in lange gedichten.

**********

Lange gedichten lijken geknipt om narratieve structuren in poezie te onderzoeken. Hun lengte maakt uitgebreidere en complexere verhaallijnen mogelijk en als deze ontbreken, valt dat in een ruim bemeten tekst des te meer op. Tegelijk dragen deze teksten toch veel kenmerken van poezie, die door de lengte eveneens accenten kunnen krijgen of die kunnen afsteken tegen het narratieve karakter van een tekst. Lange gedichten combineren bijgevolg twee werelden, die van het epische of vertellende en die van het lyrische.

Aan de hand van twee casussen wil ik de diverse manieren nagaan waarop narratieve en poetische elementen zich tot elkaar kunnen verhouden. In de hoop op die manier een zo breed mogelijk spectrum aan opties te laten zien, heb ik gekozen voor twee uiteenIopende cases. Het gaat om "De poetische avonturen van Polsmofje en het poesje Fik" uit de bundel Geachte Muizenpoot en achttien andere gedichten (1965) van Fritzi Harmsen van Beek en Lenteleven: een beurtzang van Kees Ouwens dat in 2000 als bibliofiele uitgave verscheen en later werd opgenomen in Ouwens' Alle gedichten tot dusver (2002). Beide teksten bevatten de basis van een verhaalstructuur, al valt het verhaal bij de ene makkelijker te reconstrueren dan bij de andere en alle twee de teksten zijn door hun bladspiegel in een oogopslag als poezie te herkennen. Eerst wil ik de narratieve structuren blootleggen en nagaan op welke manier zij hun neerslag hebben gevonden in de concrete tekst, daarna bekijk ik de impact van poetische en lyrische elementen op de vertelling De concepten die ik hanteer, leg ik uit in de Ioop van mijn betoog.

1. "dat leg ik nog uit in hoofdstuk 3"

1.1 Het avontuur

Het gedicht van Harmsen van Beek presenteert zich nadrukkelijk als een verhaal. De tekst is namelijk opgedeeld in vier hoofdstukken die openen met een cursief gedrukte introductie van drie a vier lijnen die volgens de negentiende-eeuwse romanconventie de belangrijkste plotontwikkelingen van het komende hoofdstuk uit de doeken doet. In totaal gaat het om veertien lijnen die de 106 verzen aanvullen en die, doordat ze niet de gehele beschikbare ruimte innemen, eveneens de allure krijgen van verzen. AI snel blijken die introducties geen overbodige luxe. Het zou de lezer flink wat moeite kosten om de hierin geexpliciteerde gebeurtenissen te achterhalen, want lang niet elke handeling wordt duidelijk vermeld en de auteur gebruikt weinig courante woorden en zinsconstructies die het geheel meerduidig maken. Uit de inleiding bij het eerste hoofdstuk blijkt dat dit traditioneel opent, met de introductie van twee personages. Het ene, het poesje Fik, vertelt over het andere, Polsmofje, dat naderhand met braakneigingen thuiskomt. Die laatste gebeurtenis functioneert als motorisch moment. Kort samengevat vertellen de volgende hoofdstukken hoe Polsmofje in het gezelschap van verwanten en vrienden lijkt te overlijden maar plots verrijst, waarna ze een hoofdstuk verder besluit dat het over is met haar "lievigheid" (III, v. 14) (1) en velen aanstalten maken om op te stappen. …