Academic journal article Literator: Journal of Literary Criticism, comparative linguistics and literary studies

The Resurrection of South African Literature in Dutch? Some Remarks on Canonisation of Minority literatures/De Wederopstanding Van De Zuid-Afrikaanse Nederlandse Literatuur? over De 'Canonisering' Van Minderheidsliteraturen

Academic journal article Literator: Journal of Literary Criticism, comparative linguistics and literary studies

The Resurrection of South African Literature in Dutch? Some Remarks on Canonisation of Minority literatures/De Wederopstanding Van De Zuid-Afrikaanse Nederlandse Literatuur? over De 'Canonisering' Van Minderheidsliteraturen

Article excerpt

To gain entry into literary history and into the canon of literature may be quite difficult for a writer in general; for an author from a cultural periphery it is nearly impossible. For him there is only one road to canonisation: by way of a separate literary history of his peripheral area. Dutch (post)colonial literature is a case in point. Writers from the former Dutch East Indies (Indonesia), the Dutch Antilles and Surinam have been saved from oblivion because histories of their regional literatures have been published. In contrast, South African literature in Dutch (not to be confused with Afrikaans literature) in the course of the twentieth century dropped out of the picture. Although, strictly speaking, there is a need for more preliminary studies, a concise history of this specific body of literature is highly desirable as well.

Is het over het algemeen al buitengewoon moeilijk voor een schrijver om een plaats in de literatuurgeschiedenis te verwerven en daarmee de canon te bereiken, voor een auteur uit een randgebied van de cultuur is het vrijwel onmogelijk. Het kan alleen via een afzonderlijke literatuurgeschiedschrijving van dat randgebied. In de Nederlandse (post)koloniale literatuur zien we dit gedemonstreerd in de Indische, de Antilliaanse en de Surinaamse literatuur, waarvan de auteurs alleen aan de vergetelheid konden ontsnappen dankzij eigen regionale literatuurgeschiedenissen. De Zuid-Afrikaanse Nederlandse literatuur staat in dit opzicht op achterstand en is in de loop van de twintigste eeuw uit het zicht geraakt. Hoewel meer vooronderzoek strikt genomen noodzakelijk zou zijn, is ook voor deze literatuur een eigen, al is het maar beperkte literatuurgeschiedenis uiterst wenselijk.

Het belang van canonisering

In Nederland verschijnen elk jaar enkele honderden literaire titels. Uit de inzendingen voor literaire prijzen als de AKO-literatuurprijs en de Gouden Uil blijkt dat er door de uitgevers jaarlijks ongeveer 350 nieuwe titels worden voorgedragen. (Janssen 1994:48). Slechts een klein aantal ervan overleeft het jaar van verschijnen. Dat zijn de boeken die in de literaire kritiek de meeste aandacht krijgen, die literaire prijzen winnen, waarvoor reclame wordt gemaakt, boeken die behoren tot een genre dat in de mode is--zoals migrantenliteratuur--of die geschreven zijn door een auteur die met eerder werk veel succes heeft behaald--zoals Arnon Grunberg, die tot nu toe met afstand de meest bekroonde auteur van de eenentwintigste eeuw is.

Hij ontving (tot midden 2012) de Anton Wachter-prijs, het Gouden Ezelsoor, de F. Bordewijkprijs, de AKO-literatuurprijs (twee keer), de Gouden Uil (twee keer), de Libris-literatuurprijs, de Frans Kellendonkprijs, de KANTL-prijs en, de belangrijkste tot nu toe: de Constantijn Huygensprijs 2009. Maar zelfs een auteur als Grunberg is daarmee nog niet verzekerd van een plaatsje in de literatuurgeschiedenis. Van al die honderden titels die elk jaar verschijnen, blijft er maar een enkele over. Het zogenaamde canoniseringsproces is een afslankingsproces, dat voor een heel klein aantal schrijvers 'eeuwige roem' oplevert en de rest naar de vergetelheid drijft (Bel 1993:257).

De eerste stap in dit proces wordt gezet door de literaire kritiek. Hier wordt de eerste schifting gemaakt. Uit een onderzoek naar recensies van Nederlandse en Vlaamse boeken in het jaar 1991 bleek dat slechts 36 procent van de nieuwe titels besproken werd. Dat wil zeggen dat ongeveer tweederde van alle nieuwe boeken niet eens wordt opgemerkt, wat erop neerkomt dat die niet of nauwelijks verkocht worden en dus meteen naar de ramsj of de papierversnipperaar kunnen (Bel 2004:194-195).

De boeken die deze eerste test overleven, wacht de nog zwaardere beproeving om geselecteerd te worden voor opname in de literatuurgeschiedenis. Hierbij wordt het aantal titels en namen zo sterk gereduceerd dat meer dan 95 procent van wat er ooit voorhanden was, verdwijnt. En de ervaring leert dat schrijvers die geen toonaangevende rol spelen in het eigen--dat wil zeggen nationale--literaire veld zo goed als kansloos zijn om deze selectie met succes te kunnen doorstaan. …

Search by... Author
Show... All Results Primary Sources Peer-reviewed

Oops!

An unknown error has occurred. Please click the button below to reload the page. If the problem persists, please try again in a little while.